Ardbeg TEN versus Ardbeg Uigeadail

door | april 8, 2021

Volgens mij is zo ongeveer alles wat ik in mijn kast heb staan inmiddels wel ooit behandeld. Ik zal dat voor de zekerheid nog eens nakijken maar ondertussen ga ik eerst maar eens verder met de voorraad samples die ik nog heb staan. Dit keer een vergelijking tussen twee standaard bottelingen van Ardbeg, één van de legendarische distillery’s van Islay.

Deze samples ontving ik van Marc van Grunsven bij een van onze ruilacties. Eens in de paar maanden komen we bij elkaar en ruilen dan wat van nieuwe aanwinsten en toen ik een tijd geleden de Ardbeg Corryvreckan kocht ging er een sample van naar hem en kwamen deze twee samples terug naar Oss. Mooi om te vergelijken met de nieuwe aankoop.

Mijn allereerste ervaring met de Ardbeg TEN zal ik nooit vergeten. Het was nog zeker een jaar of twee voordat WhiskyOss het levenslicht zag. In die periode kwamen Peter en ik al af en toe bij elkaar en dronken dan een glaasje of wat. “Wil je deze ook proberen?” vroeg Peter me op zo’n avond en liet me de open fles even ruiken. De sterke turfgeur van toen stootte me af en het zou nog jaren duren voordat ik de TEN daadwerkelijk zou proeven.

Foto Whiskybase.com

De Ardbeg TEN waar dit sample van komt betreft een botteling uit maart 2018. De rijping van de TEN heeft plaatsgevonden in ex-bourbon barrels. Er is niet koudgefilterd of bijgekleurd. Het alcoholpercentage is teruggebracht naar 46%.

  • Neus: Het zware aardse van 10 jaar geleden is er niet meer. Mooie zoete geuren in een dekentje van turfrook is ervoor in de plaats gekomen. Vanille, honing, tarwebiscuits en citrusfruit.
  • Smaak: In de mond doet deze whisky mooi zacht aan. Citrustonen, verrassend genoeg proef ik pure chocolade en natuurlijk een mooi dekentje van turf.
  • Afdronk: Eigenlijk korter dan ik had verwacht. Natuurlijk is het rokerige wel aanwezig maar ik mis de andere aroma’s hier een beetje op een bittertje van pure chocolade na.

De eerste Ardbeg die ik zelf kocht was de lichtgeturfde Blasda maar al snel volgde toen de Uigeadail. Ik durfde het eindelijk wel eens aan om over de eerste Ardbeg TEN ervaring heen te stappen en zo’n zwaar geturfde whisky aan te schaffen. Maar nog niet de TEN… Ik heb flessen uit die periode eigenlijk nooit beschreven. We deden nog niet zoveel aan het “analyseren” van de profielen maar ik weet nog wel dat ik de Uigeadail een zeer smaakvolle whisky vond.

Foto Whiskybase.com

Ook de Uigeadail is een botteling uit 2018. In dit geval heeft de rijping plaatsgevonden in een mix van ex-bourbon barrels en ex-sherry butts. Aan de kleur is het verschil in rijping al wel enigszins af te lezen. Ook hier is niet bijgekleurd of koudgefilterd. Voor de Uigeadail bottelingen wordt het alcoholpercentage standaard verdund naar 54,2%.

  • Neus: Turfrook is ook hier mooi subtiel aanwezig. Hier krijg ik ook een vleugje caramel en wat gedroogd fruit mee naast citrus en chocolade.
  • Smaak: Zacht met een lichte kruidigheid op de tong. De sherrytonen vormen een mooie aanvulling op de bourbonvaten. Meer zoete citrus, caramel en chocolade. Het turfje is ook hier lang niet zo aanwezig als ik me herinner van een eerdere fles.
  • Afdronk: Mooie afdronk waarin, zeker ten opzichte van de TEN, juist de andere aroma’s aanwezig zijn boven de turf.

Wat kan het toch mooi zijn om zo af en toe eens de doos met samples in te duiken. Helemaal als je weet dat er nog van dit soort vergelijkingssetjes in moet zitten. Voor mij is de winnaar in deze vergelijking de Uigeadail. Deze heeft toch net wat meer gelaagdheid dan de TEN maar ik kan beiden zeer zeker waarderen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *